top of page

Queen Elisabeth Competition Violin 
DeZES

2019

On the occasion of the annual Queen Elisabeth Competition, an international prestigious contest for violin, piano, voice and violoncello, the VRT (Flemish Radio and Television Broadcasting Organisation) and RTBF (Belgian Radio-television of the French Community) select 6 belgian musicians who will follow the competition closely and give an account of their experience and interviews. 

Mozart, not again!

‘Mozart, not again…’ – zullen sommigen weliswaar denken bij het zoveelste Mozart concerto tijdens de halve finale van de Koningin Elisabeth Wedstrijd. Heeft u zich dan al eens afgevraagd hoe de jury zich wel niet zou moeten voelen? Maar de zoveelste versie van zo’n classicistisch concerto hoeft niet noodzakelijk zo saai te zijn, integendeel, ik heb de laatste dagen niet vaak een ‘not-again’ - gevoel ervaren in Flagey. Het oog en het oor krijgen namelijk voldoende variatie voorgeschoteld, dat kan ik u garanderen.

De laatste dagen zijn er toch wel heel wat verschillende versies van de Mozart concerti de revue gepasseerd:
Daniel Kogan, om nu een voorbeeld aan te halen, bij hem was zijn Mozart concerto een waar totaalspektakel. Soms leek het alsof hij meer toneel speelde dan muziek. Wel fijn om naar te kijken, vermoeiend soms maar het sluit zeker aan bij de geest van de ondeugende Mozart. Ik betwijfel echter wel of zijn expressie altijd wel even oprecht was. Seiji Okamoto daarentegen gebruikte zijn expressie meer op een natuurlijke evenwichtige manier.
En dan hebben we onze Belgische kandidate, Sylvia Huang, een echte orkestmuzikante die bij haar concerto letterlijk IN het orkest stond ipv ERVOOR. Zeer interessant om te zien hoe ze op deze manier één werd met het kamerorkest. Of laat ons eens kijken naar de Roemeense Goicea die aan het begin van de week iedereen omverblies met haar sublieme sonate van Enescu. Ik vind haar dé rock’n roll-ster van de wedstrijd. Mozart is niet haar stijl maar daar kan zij niet aan doen. Je bent nu eenmaal zoals je bent. Toch was ik heel benieuwd naar haar uitvoering van het classicistisch concerto. Met een vurige passie en een zekere ruigheid walste ze als een olifant door het porseleinen werk heen. Ik vond het geniaal om haar bezig te zien. Ze heeft op geen enkel moment afbreuk gedaan aan haar eigen persoon en heeft Mozart in een heel nieuw kleedje gestoken.
En dan hebben we nog Max Tan en Ji Won Song die zich duidelijk van stijlstroming vergist hebben en Mozart in een romantische speelwijze verklanken hoewel mij dat alles behalve stoort. Ji Won Song heeft gewoonweg mijn hart veroverd met haar glasheldere zoetzemerige klank.

Ik vergelijk de muziek van Mozart graag met een glas champagne; het is fris, helder en bruisend van energie. Dat miste ik bij enkele kandidaten en dan denk ik bijvoorbeeld aan Kyumin Park en Yoo Lin Lee die heel schools speelden wat op de partituur stond en het daar ook bij lieten. Er was geen glinstering meer, geen ondeugendheid en geen nieuwsgierigheid. Natuurlijk weten ze perfect wat er komen gaat in het stuk maar als je al precies weet wat er gaat komen, dan ben je niet meer verrast en dan zal je publiek evenmin verrast worden. Wanneer je je daarentegen meer toelegt op een zekere overgave voor het moment zelf, dan pas gaan de poorten van de mogelijkheden open en dan pas wordt er écht getoverd met muziek. Kyumin Park en Yoo Lin Lee gaven mij de indruk dat ze de zoveelste reproductie van het werk speelden net op dezelfde manier als de vorige dagen. Ze namen gewoonweg geen risico meer en die tekorten aan verrassing en overgave zorgden dat ik bij hen eerder plat water met hier en daar een belletje heb geproefd dan de zoete bruisende champagne die Sylvia Huang en Ji Won Song mij voorschotelden.

We kennen allemaal de muziek van Mozart en na de zoveelste versie verlangen we inderdaad naar iemand die ons terug kan wakker schudden en terug kan verrassen. Als kind wouden we toch ook altijd hetzelfde sprookje horen, al was het voor de honderdste keer? Ook al wisten we wat er ging komen, hoe het zou aflopen, hoe ze nog "lang en gelukkig" zouden leven, toch stonden we onszelf blijkbaar toe om telkens weer verrast te worden door het verhaal. Laat ons terug kind zijn en Mozart spelen en beluisteren alsof het onze allereerste keer was.
Wie van de kandidaten maakt ons weer kind?

 

Andreas

Touché !

“Ze spelen toch allemaal perfect, hoe kan je dan een winnaar kiezen?” stelden men mij onlangs de vraag. Wel, laat ik eerst en vooral dat woord 'perfect' onder de loep nemen. 'Perfect' is subjectief en verschilt dus van persoon tot persoon. Ik roep u op om hierover even te reflecteren. Wat beschouwt u dan als ‘perfect’? Geen enkele intonatieve onzuiverheid of nergens een onverzorgde boogstreek of eerder een exacte uitvoering van de dynamieken, articulaties en ritmieken zoals deze neergeschreven staan, zoals de componist het wou, of zoals we denken dat de toondichter het wou? Waar moet men dan op letten?

Laat ik al meteen even zeggen dat als we ons gaan blindstaren op een loepzuivere perfecte intonatie die over de ganse lijn moet worden aangehouden, wel dan vrees ik dat we heel veel kandidaten moeten terugsturen. Als violist zal intonatie, het juist spelen van de noten, een werkpunt zijn dat de violist heel zijn leven lang zal achtervolgen. Als je dus als violist gaat zaniken over vals spelen, dan ga je een heel zielig leven tegemoet. Maar wat maakt intoneren nu zo moeilijk? – Ik zal dit even vergelijken met een klavierinstrument, piano bijvoorbeeld. Op een piano druk je de toetsen in die meteen ‘zuiver’ en intonatief ‘juist’ klinken (vraag is nogmaals wat ‘juist’ is aangezien de piano vals gettemperd is). Je ziet ook perfect welke noot op welke toets gespeeld moet worden. Op een viool zijn er echter geen ‘toetsen’, of toch; de viool heeft namelijk één toets, het zwarte gedeelte onder de snaren. En op die toets moeten violisten alle noten weten liggen. Het is niet voor niets dat beginners klevende fretjes krijgen zodat ze zich visueel kunnen oriënteren en de precieze plaats van elke noot weten liggen. U hoort het, viool spelen is precisiewerk. Niet alleen de vinger exact op de juiste plaats op de toets neerzetten bepaalt de toon, maar ook het contactpunt met de vinger zelf heeft een grote invloed en ik kan u verzekeren, een vinger heeft er immens veel. Je hand een nano-millimeter kantelen, duwen, draaien, noem maar op, beïnvloedt m.a.w. de intonatie en de toonvorming. En dan hebben we het nog niet over het feit dat ook de strijkstok de precisie van de noot stuurt. Zo stijgt bijvoorbeeld de toonhoogte bij een toename van het booggewicht in de snaar. Daar komt dan nog eens bij dat er eveneens een sterke relatie is tussen lichaamstonussen (de spanning nodig om iets gespeeld te krijgen) en intonatie.

Violisten kunnen er niet om heen, het blijft dé grote vloek van elke violist, van elke strijker. Er is geen enkele violist die zal beweren dat hij of zij nu 'perfect kan intoneren', zoiets bestaat simpelweg niet. Elke kandidaat van de Koningin Elisabeth Wedstrijd speelt ‘vals’. Moge de kandidaat naar voren treden die tot nu toe nog geen enkele valse noot heeft gespeeld. En toen was het muisstil, wedden?

Maar de truc zit hem juist in de snelheid waarmee zij corrigeren. Nog vlak voordat de violist zijn noot de zaal in projecteert, hoort hij al of de toonhoogte juist is of moet bijgestuurd worden. Dit corrigeren gebeurt zo snel dat het voor luisteraars quasi onhoorbaar is. Mensen met een getraind gehoor zullen deze vliegensvlugge correcties zeker opmerken.

Als een kandidaat even helemaal onder de toon speelt of zich snel corrigeert, moet hij daarop dan afgerekend worden? Zei Beethoven ooit niet: “To play a wrong note is insignificant; to play without passion is inexcusable.” Een mooie quote die meer dan genoeg zegt. De passie primeert.

Violisten die er nu echt continu naast spelen, dat kan in deze wedstrijd natuurlijk ook niet door de beugel. Maar ik hoop dat ik een punt heb kunnen maken.

Laat ons even verder kijken naar het technisch vermogen van de kandidaten om precies te verklanken wat staat neergeschreven, denk maar aan de noten (intonatie), ritmieken, articulatie, dynamieken, tempo aanduidingen,… . “Deze moeten toch juist zijn om als winnaar te worden verkozen?” hoor ik sommigen denken. Maar wat bedoelt u dan precies met ‘juist’? Bestaat er dan zoiets als een juiste dynamiek? Of wat is dan de juiste uitvoering van 'espressivo'? Al deze parameters worden op een unieke manier vertolkt door elke kandidaat.

Zo zal de forte passage die Sylvia Huang speelt, heel anders klinken dan diezelfde passage die de Roemeense Goicea zal spelen.

Neem nu een simpel experiment: Stel dat ik aan een groep mensen vraag om iets luidop te reciteren. Ik meet de decibels en zie dat persoon A sterker klonk in decibels dan persoon B. Wil dat zeggen dat persoon B niet ‘luid’ heeft gereciteerd?- Precies. Er bestaat niet zoiets als dé forte of dé crescendo. Maar goed ook want muziek zou snel saai klinken.

Of denk maar aan het eerste leerjaar, wanneer elke leerling in september braaf met zijn splinternieuwe kleurpotloden pronkt. Vroeger hadden kinderen slechts één blauwe, één rode, één gele en één groen kleurtje. Vandaag de dag zijn er wel twintig tinten van elke kleur. Probeer zo eens te luisteren naar de kandidaten. Zeeblauw is daarom niet minder blauw dan marineblauw, toch?

Zij die met het vergrootglas de partituren willen mee volgen tijdens het beluisteren van de kandidaten, mij best, maar dan ontgaat de ware essentie van muziek u.

“Waar moeten we dan wél op letten bij de kandidaten?”

Dit is heel persoonlijk, maar ik vind dat het oog ook wat wil. Je staat daar als kandidaat nu eenmaal op een podium voor een orkest, voor een volle zaal. Als het louter om de muziek gaat, wel sorry, maar dan kan ik evengoed een CD opzetten en puur auditief gaan vergelijken.

Nee, de manier hoe de kandidaten op het podium staan, hoe de kandidaten fysiek omgaan met de muziek, de ruimte, de stilte, hoe zij dialogeren met het orkest, dat vind ik ook belangrijk. Dat wil niet zeggen dat de muziek dan plots ondergeschikt wordt aan de presence. Het is zeker niet de bedoeling dat de KEW verandert in een Eurovisiesongfestival waarbij show primeert boven de kwaliteit van zingen. De Koningin Elisabeth Wedstrijd is en blijft een muziek-wedstrijd. We mogen zeker niet luisteren met de ogen, maar continu gesloten hou ik ze nu ook weer niet.

Wat blijft er dan nog over? Wat maakt een kandidaat tot winnaar?

Laat ons het antwoord niet te ver zoeken. Het antwoord ligt in ieder van ons en het zal verschillen van persoon tot persoon. Dat is juist de kern van deze wedstrijd, er is niet zoiets als dé universele winnaar. Maar UW winnaar is er wel. Wie wordt jouw persoonlijke winnaar? Wat maakt het uit dat die ene noot niet precies vier tellen is aangehouden of dat die piano-passage te zacht was voor u? Die ene klik die u plots voelt bij een uitvoering, dat moment dat u uzelf betrapt op een glimlachje of een traan, of op een koude rilling, een moment van extase, een moment dat een plotse herinnering oproept van een goed verleden,… .

Dát is voor u de winnaar want hij of zij heeft datgene bij u teweegbracht wat onverwoordbaar is, hij of zij heeft u diep van binnen geraakt, hij of zij is voor u de winnaar van de Koning Elisabeth Wedstrijd.

Andreas Moulin