© 2017 by ANDREAS MOULIN. Proudly created with Wix.com

De Wandelaar

March 12, 2018


Er was eens een man die naar huis aan het wandelen was en plots zijn voet bezeerde. Hij zag dat hij een wonde had waardoor hij niet meer op de normale manier kon verder stappen. Probeerde hij dit toch, dan schoot er een scherpe pijnscheut door zijn voet. Toch moest hij nog een hele weg afleggen en deze weg wou  hij ondanks de pijn toch nog vastberaden volgen. Hij besliste om verder te gaan maar moest zijn manier van stappen zodanig aanpassen zodat hij die snijdende pijn niet meer kon voelen. Al slenterend en mankend met een gebogen rug zette hij langzaam zijn terugreis verder. Het begon al donker te worden. Het was niet echt aan te raden om in de nacht in het bos te vertoeven dus verhoogde hij het tempo. Na verloop van tijd begon hij last te krijgen van zijn onderrug. Deze begon aardig pijn te doen. Tot op een gegeven moment bereikte de pijn in de rug een hoogtepunt en moest de man stoppen. Gelukkig kwam er een andere man voorbij die hem vroeg wat er scheelde. ‘Ik heb zo’n zeer aan mijn rug’ antwoordde de wandelaar kreunend. ‘Geen wonder’ reageerde de voorbijganger, ‘Je loopt heel krom en zet je voeten schuin als je wandelt. Geen wonder dat je pijn in je rug krijgt. Dat mag je niet doen.’ Met deze raad moest de geblesseerde wandelaar zijn reis verder zetten. Het lukte hem helemaal niet om de raad van de man op te volgen en de man liet zich vallen op de grond.

Dit verhaal illustreert hoe ik geconfronteerd werd met verschillende problematieken tijdens mijn perioden van pijn.
Eerst en vooral is er de vreemde voorbijganger die de gewonde raad geeft. De gewonde heeft pijn in zijn rug en de vreemdeling ziet dat dit te wijten is aan een verkeerde stapbeweging en slechte postuur. Hij vertelt dat de man recht moet lopen en zijn voeten recht moet zetten.
Hij corrigeert m.a.w. meteen wat fout is maar hij stelt zich niet de vraag waarom de  gewonde deze foute houding al die tijd heeft aangenomen.
Dit ervaarde ik zélf ook vaak. Leerkrachten zijn geneigd om slechte handelingen te corrigeren door te zeggen dat de leerling dit niet mag doen. Denk maar aan het ellenlange vraagstuk of de linkerschouder bij violisten nu wel of niet omhoog mag komen. Vele leerlingen spannen namelijk hun schouder onnodig op en klampen de viool vast tussen een opgetrokken schouder en een gekneld hoofd. ‘Schouder laag!’ of ‘Doe die schouder naar beneden!’ zijn dan veelvoorkomende instructies die de leerkracht geeft.  Maar hierdoor maakt de leerkracht twee grove fouten.
Voor de eerste fout verwijs ik naar het artikel De pendel van het leren. Juist het extreme omgekeerde doen dan het verkeerde, is ook verkeerd! De leerlingen gaan dan geforceerd hun schouder naar beneden duwen en dan is deze even ver van zijn doel verwijderd.  
De tweede fout die de leerkracht maakt, komt overeen met de fout die de vreemdeling in het verhaal maakt namelijk het niet achterhalen van de reden waarom die schouder naar boven wordt getrokken.
Het optrekken van de schouder en het manken zijn voorbeelden van ‘homeostase’. Het is het vermogen dat elk organismen heeft om voortdurend een evenwicht te bekomen. Dit gebeurt al dan niet bewust. Als het koud is, gaan onze poriën dichttrekken om de warmte binnen te houden. Wanneer we een gaatje in onze tand hebben, gaan we ons kauwgedrag aanpassen zodanig dat we de pijn niet meer voelen. Als we stekende buikpijn hebben, lopen we niet meer rechtop omdat we zo minder pijn voelen. Als iemand zijn voet bezeert, gaat hij manken, een andere houding en beweging aannemen om die pijn te ontlopen. Hij zoekt dus als het ware naar een nieuwe vorm van evenwicht. Maar er wordt niet altijd naar een echt evenwicht gezocht. Er kan ook spraken zijn van een schijnbaar evenwicht. Men denkt dan dat men in evenwicht komt, maar eigenlijk is dit niet zo. Denk maar aan de neiging bij violisten om de linker pols naar buiten te steken. Velen denken dat dit dé manier is om bepaalde grepen makkelijker te spelen, maar dit is alles behalve waar. Ze maken het zichzelf enkel moeilijker. Het is juist de bedoeling om de ruimte tussen de knokkels vrij te maken waardoor de vingers automatisch vrijer kunnen bewegen. Hetzelfde geldt voor de linkerschouder. Vele violisten trekken deze schouder op maar doen dat niet om fout te doen. Ze doen dat omwille van een reden. Als een violist zich niet stabiel voelt met zijn uitrusting en hierdoor het gevoel heeft dat de viool gaat vallen of wegglijden, dan is het doodnormaal dat deze de viool gaat vastknellen met een opgetrokken schouder en een ingetrokken hals. Door dan te zeggen ‘Doe je schouder naar beneden!’ of ‘Dat is fout!’ creëer je juist een tweede probleem terwijl er oorspronkelijk maar één probleem was.
Het eerste probleem is de schouder die veel te gespannen naar boven wordt opgetrokken. Het tweede probleem dat er dan nog eens bij komt, is een innerlijk conflict dat binnen de violist ontstaat. Hij wil enerzijds die schouder optrekken omdat hij bang is de viool te laten vallen maar tegelijkertijd denkt hij dat hij dat niet mag doen. Dit innerlijk conflict maakt het oorspronkelijk probleem alleen maar erger en dit gebeurt ook in het verhaal; de wandelaar heeft rugpijn omwille van zijn slechte wandelhouding. De vreemdeling vertelt hem dat hij niet krom mag lopen en dat dat zijn rugprobleem zal oplossen. Er ontstaat zo een innerlijk conflict bij de wandelaar. Enerzijds wil hij manken en krom lopen omdat hij zijn voet bezeerd heeft en hij zo de pijn niet hoeft te voelen. Anderzijds denkt de wandelaar nu dat hij zo niet mag lopen. En dat zorgt ervoor dat hij uiteindelijk neervalt op de grond. Hij kan met andere woorden geen kant meer op en valt wanhopig op de grond.

De wandelaar zélf maakt echter ook een fout. In het verhaal wordt verteld hoe hij ondanks de blessure aan zijn voet toch vastberaden zijn reis wil verder zetten. Hij ervaart op een gegeven moment druk, de druk van de nacht die geleidelijk aan valt. Ook dit is vertaalbaar naar mijn situatie; Op het moment dat ik besefte dat ik veel pijn had in mijn schouder, weigerde ik om te rusten want er stonden veel concerten en examens voor de deur en deze opgeven was geen optie. Als de wandelaar zich niets zou aangetrokken hebben van de nacht die viel, dan kon hij gewoon neerzitten aan de rand van de weg en wachten op hulp. Dan was het nooit zo ver gekomen. Als ik naar mijn lichaam had geluisterd en niet had toegegeven aan de prestatiezucht en de grote druk van buitenaf, dan zou ik veel schade en pijn hebben kunnen vermijden.

Maar dit alles is veel makkelijker gezegd dan gedaan. Wanneer de verwonde wandelaar er voor zou gekozen hebben om niet verder te gaan en aan de kant van de weg zou wachten, dan zou hij inderdaad de pijn niet verergeren en zou hij de rugpijn vermeden kunnen hebben. Maar dan zou de nacht vallen en zou de man overspoeld kunnen worden door angst voor de duisternis. Er ontstaat dan een psychologische ‘pijn’ en hiervoor had ik schrik. Het zou me juist meer pijn doen om niet meer te spelen en te horen hoe anderen dat nog wél konden. Ik koos dan eerder voor de fysieke pijn dan voor de psychologische pijn. Maar na verloop van tijd  had mijn lichaam het laatste woord. De mentale pijn die daaruit resulteerde was enorm en dit vormde het dieptepunt van mijn periode van chronische pijn.
Er moet dus rekening worden gehouden met zowel fysieke als mentale pijn. Deze versterken mekaar, de ene pijn kan voortvloeien uit de andere.

Wat wil ik nu concreet zeggen met dit hele verhaal?
Wel, uit mijn eigen ervaring kan ik zeggen dat mijn lichaam altijd op de eerste plaats moet komen want het is juist met dat lichaam dat ik muziek kan maken. De geest mag nog zo hard willen spelen, als het lichaam niet meer kan, dan moet de geest zicht toch neerleggen. Dat zien we in het verhaal als de wandelaar ondanks zijn wil om verder te gaan, zich toch laat vallen op de grond omdat zijn lichaam niet meer wil. 
Daarnaast is het ook belangrijk om niet meteen foutieve handelingen af te keuren want zoals blijkt, er moet een reden zijn waarom we die foutieve handelingen doen. En we moeten juist achterhalen of  we op een andere manier naar balans kunnen zoeken waardoor we geen nood meer gaan hebben om die schouder op te trekken. We trekken de schouder op omdat het ons het gevoel geeft dat we zo de viool veilig kunnen stellen (= homeostase). We moeten dan de nood om deze schouder op te trekken aanpakken in plaats van meteen deze handeling af te keuren. Wanneer we niet meer de nood gaan voelen om onze schouder op te trekken, gaan we deze handeling ook niet meer uitvoeren. Maar als we echt voelen dat het nodig is, dan kunnen we het onszelf niet kwalijk nemen. 

 

 

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Uitgelichte berichten

I'm busy working on my blog posts. Watch this space!

Please reload

Recente berichten

March 23, 2018

March 12, 2018

Please reload

Archief
Please reload

Zoeken op tags

I'm busy working on my blog posts. Watch this space!

Please reload

Volg ons
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square